Zorgleefplanwijzer.nl
Postbus 8212
3503 RE UTRECHT
Telefoon: (030) 291 90 50
> e-mail
![]()

vrijdag 18 juni 2010 15:05
Monique de Reus is teamleidster van een psychogeriatrische afdeling van Verpleeghuis Zevenaar. Sinds een aantal jaar wordt daar belevingsgericht gewerkt. Het wonen en welzijn staat meer voorop, wat betekent dat voor de verzorgenden? Monique vertelt.
Vroeger zaten we weleens met een aantal disciplines bij elkaar voor het MDO, dat we zeiden: ‘Er valt eigenlijk niets te bespreken'. Nu gebeurt dat niet meer, we houden een MDO als daar behoefte aan is. De verzorgende, die bij ons woonbegeleider heet, heeft de voortrekkersrol in het bij elkaar roepen van de disciplines, dit gebeurt in samenspraak met de afdelingsarts.

Per situatie wordt gekeken of het zinvol en haalbaar is, om de familie van de bewoner direct bij dit gesprek te betrekken, of dat zij later in een zorgplanbespreking geïnformeerd worden. De eerste contactpersonen van de bewoners worden immers door de woonbegeleiders van alle bijzonderheden op de hoogte gesteld.
Op deze manier wordt een MDO verweven in een zorgplanbespreking. De woonbegeleider heeft twee keer per jaar met de familie een zorgplanbespreking. Ik zit daar ook bij, ik houd graag feeling met de familie.
Op de psychogeriatrische afdeling waar ik werk, gaan de bewoners normaliter niet meer weg. Het is hun huis en wij werken er. We proberen daarom ook het welzijn van de bewoners voorop te zetten. We hebben nu drie functies: woonbegeleiders, assistent woonbegeleiders en medewerkers huiskamer.
Iedereen heeft een stevige bijscholing gehad op het gebied van welzijn. We hebben ook een medewerker gehad met een welzijnsopleiding als basis. Zij had veel ideeën en was heel creatief. Voor haar was de lichamelijke verzorging weer spannend en zij had niet het tempo van de ervaren verzorgenden. Maar eerlijk gezegd vind ik dat niet belangrijk.
De verzorgenden vonden het in het begin spannend. Ze hadden grootse beelden bij wat er van hen verwacht werd: vakanties organiseren bijvoorbeeld. We benadrukken dat het vooral gaat om beter te kijken naar de behoeftes van de bewoners en ook naar de taakverdeling.
Bijvoorbeeld: een bewoner heeft de behoefte om de haren gekruld te hebben, kijk vervolgens wie de tijd en de kwaliteiten heeft om dit te doen. Voorheen was er een vrij strikte taakverdeling, zwart-wit zag het er zo uit: de verzorgende waste de mensen en zette ze in de huiskamer en de rest van de dag zorgde de medewerker huiskamer voor de cliënten.
Wat hielp in dit proces, was te vragen: wat heb je gedaan op het gebied van welzijn? Door dit te benoemen werden medewerkers zich bewust dat ze een aantal dingen al deden, zoals bijvoorbeeld de krant lezen.
We moeten wel attent blijven op die taakverdeling. Veel collega's bleven toch bij de medewerker huiskamer aankloppen voor creatieve ideeën. Ik heb de andere medewerkers gevraagd wat zij nodig hadden om de welzijnsactiviteiten zelf meer op te pakken. Zij wilden graag twee aan twee ideeën uitwerken. Dat doen ze nu en dat werpt zijn vruchten af.
Verder organiseren we hier in huis ook van alles om de verzorgenden meer thuis te laten raken in het welzijnsactiviteiten. Er worden bijvoorbeeld workshops aangeboden over Hoe kan ik activiteiten organiseren rondom de tuin of Zingen met bewoners.
Tijdens de zorgplanbesprekingen wordt aan de familie gevraagd wat de bewoners vroeger leuk vonden om te doen.
Met deze informatie en de bevindingen van de medewerkers wordt de woonzorgkaart ingevuld. Deze woonzorgkaart zit in dossier van de bewoner, zodat een ieder in één oogopslag kan zien waar de behoefte van de bewoner op dat moment ligt. Zo gaan er bijvoorbeeld meerdere bewoners één keer per week in het snoezelbad. Dit doet de medewerker soms samen met de familie en iedereen geniet hiervan. Of de bewoonster die vroeger zo graag boodschappen deed, gaat nu met de medewerker naar de supermarkt. Er valt altijd wel iets te verzinnen om te kopen!
0 Reacties