ZLP - informatie
Wet- en regelgeving
Zorgleefplanwijzer.nl
Postbus 8212
3503 RE UTRECHT
Telefoon: (030) 291 90 50
> e-mail
![]()

Sinds 1 januari 2008 is het wettelijk verplicht om voor elke cliënt een zorgleefplan te hanteren. Verder besloot de ministerraad in oktober 2008, op voorstel van staatssecretaris Jet Bussemaker van VWS, dat cliënten van zorginstellingen meer te zeggen krijgen over de invulling van langdurige zorg. De verzorgings- en verpleeghuizen en de thuiszorg moeten verplicht een zorgplan opstellen in overleg met de cliënten.
Cliënt en zorgaanbieder bespreken samen de doelen van de zorgverlening en ze overleggen welke zorg en ondersteuning de cliënt precies gaat krijgen. De zorgaanbieder legt de uitkomst van de bespreking vast in een Zorgleefplan. Dit plan biedt helderheid voor de cliënt en geeft hem meer zeggenschap over de zorg.
Verder is er een relatie met onderstaande thema's die in regelgeving zijn vastgelegd:
Zorgorganisaties in de verpleeg- en verzorgingshuissector en de thuiszorg (ook wel genoemd de VVT) hebben een gezamenlijk doel. Dat doel is: de kwaliteit van leven van de cliënt verbeteren door verantwoorde zorg.
Natuurlijk willen die organisaties ook dat het personeel met plezier werkt en dat de managers het personeel ondersteunen, maar: de cliënt en diens kwaliteit van leven staat centraal.
Deze visie kun je teruglezen in het Kwaliteitskader Verantwoorde Zorg.
Om twee redenen neemt in deze visie het zorgleefplan een belangrijke plek in. Allereerst heeft elke cliënt een zorgleefplan waarin zijn of haar vragen en zorgbehoeftes op de vier levensdomeinen staan beschreven. Hierdoor komen alle facetten van het leven aan bod in de zorg en niet alleen de lichamelijke zorg.
Ten tweede komt het zorgleefplan tot stand in samenspraak met de cliënt of zijn vertegenwoordiger. Het wordt ook samen met de cliënt geëvalueerd en bijgesteld. Hierdoor krijgt de cliënt meer te zeggen over de zorg die hem geboden wordt. Het zorgleefplan is een instrument dat vraaggericht werken ondersteunt.
Om te kunnen meten of er verantwoorde zorg geleverd wordt, is de visie op verantwoorde zorg omgezet in normen, de normen verantwoorde zorg. Van deze normen zijn meetbare punten gemaakt: indicatoren. Indicatoren die vertellen wat vakbekwaam zorgen voor kwaliteit van leven is. Deze indicatoren staan ook beschreven in het Kwaliteitskader Verantwoorde Zorg (Bijlage2).
Door te meten of er aan de normen wordt voldaan komt een zorgorganisatie erachter of verantwoorde zorg wordt geleverd en waar zaken verbeterd moeten worden.
De inspectie gebruikt de normen ook bij het toezicht houden op de zorg.
De resultaten van de metingen zijn openbaar. Hierdoor kunnen zorgkantoren zorg inkopen bij de beste zorginstellingen en kunnen cliënten goed geïnformeerd kiezen van welke zorgorganisatie zij zorg willen.
Alle partijen in de verpleeg- en verzorgingshuissector en de thuiszorg hebben meegewerkt aan het opstellen van de visie en de normen, zowel cliënten, professionals, werkgevers, de inspectie voor de Gezondheidszorg, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de zorgverzekeraars.
Wanneer iemand zorg of ondersteuning nodig heeft is daar soms een andere woonvorm voor nodig zoals een verzorgings- of verpleeghuis. Het CIZ (centraal indicatie orgaan) beoordeelt hoeveel zorg en/of ondersteuning iemand nodig heeft. Dit is in de vorm van een indicatie. Een indicatie geeft ‘toegang' tot bijvoorbeeld een zorgcentrum. Wanneer een vorm van verblijf nodig is, wordt de indicatie ingedeeld in tien verschillende zorgzwaartepakketten (zzp). Het verschil zit in de hoeveelheid zorg en/of ondersteuning die iemand nodig heeft. Ook iemand die tijdelijk ergens verblijft voor revalidatie, kan in aanmerking komen voor een ZZP.
In een ZZP wordt beschreven waar iemand hulp bij nodig heeft en hoeveel. Dit is uitgedrukt in uren per week. Dit is een gemiddelde. Een zorgorganisatie krijgt geld om zorg te leveren op basis van de ZZP's. Sommige uren worden direct aan de cliënt geleverd en andere uren worden bijvoorbeeld van meerdere cliënten samen genomen om daar een activiteit van te organiseren. Cliënten kunnen er ook voor kiezen om de uren variabel op te nemen in de zin van in plaats van twee keer een kwartier onder de douche, één keer een half uur in bad.
Openheid over de inhoud en de mogelijkheden van een zzp geeft een kader waarin de wensen van een cliënt mogelijk gemaakt kan worden door het zorgcentrum. Wanneer de wensen niet ‘passen' in het pakket, zal de cliënt een keuze moeten maken en zal er gezocht worden naar alternatieve mogelijkheden. Maak de cliënt en diens familie medeverantwoordelijk voor waarmaken van wensen. Maak bespreekbaar of de cliënt zelf financiële ruimte heeft en eventueel zelf bereid is om voor een oplossing te betalen.
Voormalig Staatssecretaris Jet Bussemaker heeft een wetsvoorstel (Wet Zorg en Dwang) geschreven over het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen bij dementerende cliënten en mensen met een verstandelijke beperking. Het zorgleefplan speelt in deze regels een belangrijke rol.
De wet geldt voor alle zorgverleners, alle zorglocaties en alle vrijheidsbeperkingen.
De wet gaat naar verwachting in 2011 of 2012 in werking. In de tussenliggende tijd is het de bedoeling dat zoveel mogelijk volgens onderstaande regels gewerkt gaat worden.
1. Voor iedere cliënt wordt een zorg(leef)plan opgesteld, in overleg met de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger.
2. De zorgaanbieder wijst de categorie zorgverleners aan die binnen zijn instelling bevoegd is om zorg(leef)plannen op te stellen.
3. In het zorg(leef)plan kan pas een vrijheidsbeperkende maatregel worden opgenomen als:
alle alternatieven zijn overwogen en voor elk alternatief een motivatie is waarom deze niet zou werken, alleen een vrijheidsbeperkende maatregel gevaar voor de cliënt of omgeving kan voorkomen.
Er moet ook beschreven worden welk gevaar of ernstig nadeel door de bewuste vrijheidsbeperking wordt voorkomen of weggenomen. NB: Valgevaar is geen reden meer om een cliënt te fixeren
4. De beslissing van het opnemen van een vrijheidsbeperkende maatregel in het zorg(leef)plan wordt genomen na overleg in een multidisciplinair team. In het multidisciplinaire team zit een arts. Deze toetst of er een somatische contra-indicatie is voor het toepassen van vrijheidsbeperking en sluit uit dat het gedrag wordt veroorzaakt door somatische klachten.
5. Een zorginstelling moet op aanvraag van de IGZ een overzicht kunnen tonen van de aard, frequentie en noodzaak van de toegepaste vrijheidsbeperkende maatregelen.
De Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) bevat regels voor de kwaliteit van de zorgverlening door beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg.Verplicht vaMnaf niveau 3.
Voordat een behandeling start, dient er toestemming te zijn van de wilsbekwame cliënt. Hem moet uitgelegd worden wat er waarom zou moeten gebeuren, welke resultaten verwacht mogen worden, welke risico's er gelopen worden en welke alternatieven er zijn. Als een cliënt wilsonbekwaam geacht wordt, dient de vertegenwoordiger, na geïnformeerd te zijn, deze toestemming te verlenen.
In de WGBO en Wet Bopz komt de term wils(on)bekwaamheid overigens niet voor. Hoe dat vaststellen dient te gaan wordt niet vermeld in deze wetten. Onderzocht zou moeten worden of cliënt in staat is om de informatie te begrijpen die nodig is voor het maken van een beslissing.
Helder is in elk geval dat iedere cliënt wilsbekwaam geacht moet worden tot dat het tegendeel blijkt. Verder is van belang te noemen dat het gaat om wilsbekwaamheid terzake. Dit houdt in dat een cliënt bekwaam kan worden geacht voor de ene beslissing, maar voor een andere (wellicht) meer ingewikkelde of meer ingrijpende niet.
De Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (Bopz) beschermt mensen die te maken krijgen met gedwongen opname.
De wettelijke eisen gelden voor:
In de Wet Bopz staat ook wat de rechten zijn van patiënten tijdens hun onvrijwillige opname in een psychiatrische instelling. De minister van VWS is primair verantwoordelijk voor de Wet Bopz en het beleid rondom de wet.
Enigszins onduidelijk is de actualiteit van de WGBO voor situaties in thuiszorg of zorg in zorgcentra. Daar is sprake van cliënten. De WGBO spreekt over patiënten. De WGBO regelt de relatie tussen patiënt en hulpverlener. De patiënt is opdrachtgever tot zorg. Zorg wordt in de wet gedefinieerd als onderzoek, het geven van raad en handelingen op het gebied van geneeskunst, die het doel hebben iemand van een ziekte te genezen, ziekte te voorkomen of de gezondheidstoestand te beoordelen.
Wanneer mensen ontevreden zijn over de geleverde zorg, kan dit op verschillende manieren worden aangekaart. Via de WGBO wetgeving of door gebruik te maken van de wet klachtrecht Cliënten in de Zorgsector (WKCZ), de wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ), de kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, bekend als BIG.
Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van cliëntenwet- en regelgeving zijn te volgen op KiesBeter.nl
Mentorschap, bewindvoering en curatele zijn beschermingsmaatregelen voor mensen die niet of niet helemaal voor zichzelf kunnen zorgen. Deze maatregelen zijn bedoeld om onder andere misbruik door anderen te voorkomen. Dit kan misbruik op het gebied van persoonlijke en of financiële belangen zijn.
Wanneer een dergelijke maatregel wordt aangevraagd, wordt eerst nagegaan of deze maatregel noodzakelijk is. Verschillende personen kunnen een maatregel aanvragen: de persoon zelf, partner of familie tot in de vierde graad. In uitzonderlijke gevallen de officier van justitie. Een curator, bewindvoerder of mentor als er een andere maatregel aangevraagd dient te worden.
Maatregel: Wanneer iemand niet meer over persoonlijke belangen kan beslissen. Het gaat over beslissingen op het gebied van persoonlijke verzorging, verpleging en behandeling.
Maatregel: wanneer iemand niet meer in staat om zijn of haar financiële belangen te behartigen. Iemand mag dan niet meer zelf beslissen over goederen die onder bewind staan.
Maatregel: wanneer iemand niet meer in staat is om zijn of haar persoonlijke en financiële belangen te behartigen. Iemand verliest handelingsbekwaamheid en mag dus niet meer zelfstandig rechtshandelingen verrichten.
Alle maatregelen worden aangevraagd via de rechtbank, sector kanton. Beëindiging gaat ook via de kantonrechter.

